Sjabrak en Vaandel


BETEKENIS VAN VAANDELS EN STANDAARDEN
In 1920 zijn bij de krijgsmacht van het Koninkrijk der Nederlanden vaandels en standaarden ingevoerd. Het tactisch gebruik van vaandels en standaarden op het gevechtsveld wordt niet meer toegepast, maar hun symbolische betekenis hebben ze door de eeuwen heen behouden. Zo leggen militairen van vaandel- en standaardvoerende eenheden of krijgsmachtdelen, na hun aanstelling, de eed, moslim eed of belofte af met de hand aan het vaandel of de standaard.


DEFINITIE
De Grote Nederlandse Larousse encyclopedie (1979) biedt de volgende omschrijving; “Vaandels zijn van oorsprong de veldtekens van regimenten en andere onderdelen van de krijgsmacht, bestaande uit een vierkante vlag van zijde, geborduurd met de naam van het [regiment of] korps, emblemen, de jaartallen en aanduidingen van belangrijke krijgsverrichtingen waaraan het (regiment of) korps heeft deelgenomen. Vaandels zijn het symbool van trouw aan het staatshoofd en van de eenheid en eer van het (regiment of ) korps. De vaandels van bereden eenheden worden standaards genoemd.”


BESCHRIJVING ALGEMEEN
Het vaandel respectievelijk de standaard bij de Nederlandse krijgsmacht bestaat uit een doek, een stok met vaandeltop en een koord met vaandelkwasten. Het doek is van oranjekleurige zijde, dubbelzijdig gevoerd en een doorlopend omgezoomd met een franje van gouddraad. Het doek heeft aan de linkerzijde een broek van oranje zijde waar doorheen de stok wordt geschoven.




Het vaandel van het Korps Luchtdoelartillerie

Het doek is vierkant; langs de vier zijden van het doek is een ononderbroken oranjetak geborduurd, zowel aan de voorzijde als de achterzijde.
Het vaandel heeft de afmetingen van 60 bij 60 cm.

Op de voorzijde in het midden van het doek, respectievelijk op de vaandeltop, wordt de gekroonde eerste initiaal gevoerd van de naam van de koning die het vaandel heeft verleend. De naamletter is in goud geborduurd. Hierboven is de Koninklijke kroon geborduurd, uitgevoerd in de vorm en kleuren zoals deze indertijd zijn vastgesteld door Koning Willem I. Onder de naamletter is in goud geborduurd de naam van de eenheid zoals deze in het laatst daarop betrekking hebbende Koninklijk Besluit is genoemd.


DE STOK EN DE VAANDELTOP
De stok is een matzwart gelakte, houten stok, die van boven naar beneden door de broek van het doek wordt geschoven. Boven aan de stok is met een schroef- en busverbinding een vaandeltop aangebracht. Deze bestaat uit een doosvormig voetstuk, met daarop een liggende leeuw. Onder het voetstuk is het dunne gedeelte van de stok voorzien van een cirkelvormige eikenkrans die van het voetstuk is gescheiden door een ring. Vaandeltop, krans en ring zijn uitgevoerd in verguld messing. In de eikenkrans is in het verlengde van de stok een dunne zwartgelakte metalen buis aangebracht. Om deze buis heen wordt het koord met de vaandelkwasten bevestigd en indien van toepassing, eveneens aan de eenheid verleende dapperheidsonderscheiding en eventuele cravates.

Het voetstuk heeft een lengte van 17 centimeter, een breedte van 7 centimeter en een hoogte van 7 centimeter. Op elk der korte zijden van het voetstuk staat in hoogreliŽf de gekroonde initiaal van de Koning die het vaandel of de standaard heeft verleend of zal verlenen. Op beide lange zijden staan de woorden “KONING EN VADERLAND” of (al naar gelang de omstandigheden) “Koningin en VADERLAND”. Deze tekst is omsloten door een slang die zich zelf in de staart bijt. Tekst en slang zijn eveneens in hoogreliŽf aangebracht.

De leeuw draagt in zijn rechter klauw een opgeheven zwaard. Zijn linker klauw rust op een bundel van zeven pijlen. De stok wordt zodanig door de broek van het vaandel geschoven dat wanneer men de voorzijde van het doek ziet, de leeuw met de kop naar links gewend de toeschouwer aankijkt.

De lengte van de stok – gemeten van de onderzijde van de krans tot aan de onderzijde van de stok – bedraagt bij ons vaandel 2.20 meter. De buitendiameter van de stok respectievelijk van de verbindingsbus bedraagt 3.2 centimeter.


HET KOORD MET VAANDELKWASTEN
Het goudkleurige koord is voorzien van een schuifpassant van gouddraad en heeft aan beide uiteinden een vaandelkwast, van gouddraad gevlochten en met losse bouillons (spiraalvormig opgerolde gouddraden).
Het koord is vanuit twee zijden horizontaal door de schuifpassant gestoken. Het koord wordt binnen de eikenkrans om de buis geknoopt, zodanig dat de vaandelkwasten ongelijk hangen.

DE BANDELIER
De bandelier behoort niet tot het vaandel, noch tot de toebehoren, maar maakt deel uit van de toegevoegde uitrusting.
De van rijkswege verstrekte bandelier is van zwart tuigleder, 8 centimeter breed, met geel- of witmetalen gesp en riemuiteinde die bij het dragen op de rug vallen.
Aan de voorzijde is de onderkant van de bandelier voorzien van een lederen koker (schoen), waarin tijdens het voeren van ontplooid vaandel de onderzijde van de stok wordt geplaatst.