Lied


Geschiedenis
Binnen het Wapen der Artillerie bestaan een Artillerielied (officieel "Lied van de Veldartillerie", gezongen door veldartilleristen) en een Luchtdoelartillerielied (gezongen door luchtdoelartilleristen, uiteraard!). Beide korpsen gebruikten tot minstens 1978 hetzelfde lied. Hoe zit het met de geschiedenis?

De tekst van het Lied van de Veldartillerie werd in 1846 in het Frans gedicht door tweede luitenant (later generaal-majoor) W. de Villeneuve.
De melodie werd, eveneens in 1846, gecomponeerd door tweede luitenant (later kolonel) jonkheer J.C. van Gheel Roll.
De Franse tekst werd in 1881door een onbekende dichter in het Nederlands vertaald. In 1955 riep de Wapentraditieraad der Artillerie het uit tot het Wapenlied.

Het Lied van het Korps Luchtdoelartillerie
Het artillerielied voldeed niet (meer) voor de luchtdoelartillerie. De verwijzingen naar "veldartillerie" en "paarden" sloten niet aan bij de moderne techniek, hydrauliek en dynamiek van de (pantser)luchtdoelartillerie. Om die reden is in 1978 een speciaal luchtdoelartillerielied geschreven door kapitein b.d. A.W. de Vries.
De tekst is voor wat betreft het eerste en het derde couplet afwijkend van het artillerielied. De melodie is ongewijzigd.

Wat dreunt daar op die heide,
Wat dondert in de lucht?
Wat zoekt en volgt beide,
De vijand op zijn vlucht?
Hoe zwenken die kanonnen,
In eendere regie!
Door mensengeest gewonnen,
't Is de Luchtdoelartillerie,
Door mensengeest gewonnen,
't Is de Luchtdoelartillerie

De kruitdamp is hun leven,
’t Kanon is hun banier!
De hoop daarvoor te sneven,
Bezielt elk kanonnier!
Zij haken naar den strijde,
Voor Vaderland en Vorst!
Voor Land en Koning beide,
Klopt steeds hun mannenborst,
Voor Land en Koning beide,
Klopt steeds hun mannenborst

Van paarden tot motoren,
Van zwaard tot aan techniek,
De luchtafweer geboren,
Het eind der romantiek!
Toch bleef uit het verleden
Een beeld nog frank en fier.
Uit het goede hout gesneden,
Dat bleef de kanonnier,
Uit het goede hout gesneden,
Dat bleef de kanonnier!

Maar ook in tijd van vrede,
Blinkt steeds de kanonnier!
En meisjes schoon van leden,
Zijn op zijn liefde fier.
Waar moed zit, heerst ook trouwe,
Met kracht nooit uitgeblust!
Daarom de schoonste vrouwen,
Heeft hij naar hartelust,
Daarom de schoonste vrouwen,
Heeft hij naar hartelust!

Hoera dus voor ons Wapen,
Lang leev’ de kanonnier!
Lang leev’ die forse knapen,
Des legers schoonste sier!
Hun leus zij: steeds te strijden,
Werwaarts ook d’eer hen zendt,
Voor Land en Koning beide,
Tot roem van ’t Regiment,
Voor Land en Koning beide,
Tot roem van 't Regiment!


Het Artillerielied

De vijf coupletten luiden als volgt:

Wat dreunt daar op die heide?
Wat blinkt daar in 't verschiet?
Wat dondert tussen beide,
Dat men door stof niet ziet?
Hoe flikkeren die zwaarden,
Wat forse melodie!
Hoe rennen daar die paarden,
't Is Veldartillerie,
Hoe rennen daar die paarden,
't Is Veldartillerie!

De kruitdamp is hun leven,
't Kanon is hun banier!
De hoop daarvoor te sneven,
Bezielt elk kanonnier!
Zij haken naar den strijde,
Voor Vaderland en Vorst!
Voor Land en Koning beide,
Klopt steeds hun mannenborst,
Voor Land en Koning beide,
Klopt steeds hun mannenborst!

Van 't paard naar 't stuk gevlogen,
Dra dondert reeds het schot!
Weer vlug vooruit getogen,
Vernielt hij 's vijands rot.
Rent d'overmacht hem tegen,
Manmoedig staat hij pal,
Koopt door zijn dood de zege,
En juicht nog in zijn val,
Koopt door zijn dood de zege,
En juicht nog in zijn val!

Maar ook in tijd van vrede,
Blinkt steeds de kanonnier!
En meisjes schoon van leden,
Zijn op zijn liefde fier.
Waar moed zit, heerst ook trouwe,
Met kracht nooit uitgeblust!
Daarom de schoonste vrouwen,
Heeft hij naar hartelust,
Daarom de schoonste vrouwen,
Heeft hij naar hartelust!

Hoera dus voor ons Wapen,
Lang leev' de kanonnier!
Lang leev' die forse knapen,
Des legers schoonste sier!
Hun leus zij: steeds te strijden,
Werwaarts ook d'eer hen zendt,
Voor Land en Koning beide,
Tot roem van 't Regiment,
Voor Land en Koning beide,
Tot roem van 't Regimen!


De Artilleriemars
Voorts verwerkte in 1977 kapelmeester S. van der Poort de melodie in zijn compositie van de Artilleriemars, die de officieel erkende defileermars van het Wapen der Artillerie is.


Bijzondere bepalingen
En of meer coupletten van het Lied van het Korps Luchtdoelartillerie kunnen worden gezongen tijdens Korpsdiners of andere gebeurtenissen waarbij een groot aantal Luchtdoelartilleristen aanwezig is. Dit gebeurt op aanwijzing van de tafelpresident, die daarbij een voorzanger aanwijst. Bij de aanvang van het vijfde couplet kan de linkervoet op de stoel en de rechtervoet op de tafel worden gezet. Dit symboliseert het opstijgen op een paard. Het initiatief hiertoe wordt genomen door de oudste in leeftijd aanwezige kanonnier (lees: luchtdoelartillerist).
Aan bovenstaande handelingen mag slechts worden deelgenomen door hen die voor een commissie hun kennis van tekst en melodie hebben bewezen. Hiertoe zal jaarlijks, tijdens de viering van de naamdag van Sinte Barbara, een door de Korpscommandant te benoemen commissie de nieuw in het Korps opgenomen Luchtdoelartilleristen testen op hun kennis van het Lied van het Korps Luchtdoelartillerie. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het met die kennis wel wat beter zou kunnen!
Tijdens het zingen of spelen van het Lied van het Korps Luchtdoelartillerie of de Inspectiemars der Luchtdoelartillerie moeten de aanwezige Luchtdoelartilleristen staan.